goedzak
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een te aardige en te vriendelijke iemandDe collie hing met zijn kop en voorpoten in een vertakking en zijn gewicht had de vacht van zijn voorhand hoog opgestroopt. Hij was niet verminkt, zelfs niet zichtbaar geschonden, en die gaafheid gaf het kadaver juist iets lugubers, alsof het elk moment zijn ogen zou kunnen opendoen en blaffen. `Is dat Fledder?' vroeg Grim, hoewel hij het antwoord al wist. Ja, dat is hem: zuchtte Stefan, uit het veld geslagen. Hoe moest hij dit thuis gaan vertellen? Fledder was onderdeel van zijn gezin. Ze waren allemaal dol geweest op die goedzak, niet alleen Jolanda en hij, maar ook de jongens. Het leek allemaal zo zinloos. Pieter klopte hem op de rug, een simpel gebaar dat Stefan op dat moment van emotionele verslagenheid evengoed roerde als sterkte.Thomas Olde Heuvelt HEX {{ISBN|978-90-245-7334-9
- iemand die te dik is
Vertalingen
Engelssofty
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek