goedwilligheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het welwillend zijnIk heb Mijnheer Van Bethune gezien en gesproken, zijn lot is door de goedwilligheid van de Kastelein verzacht, - en hij verzoekt u om zijnentwille niet te wenen.
Etymologie
* afleiding van goedwillig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek