glimlachen

/'ɣlɪmlɑχən/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) zacht onhoorbaar lachen
    'En hoe was het bij de nonnen? Maken ze heilige chocolade?' We glimlachen op een vertrouwde manier en ik weet dat dit een introductievraag is, een warmmaker voor de echte vragen, over vanochtend, over de politie en over Emil.
    ‘Sorry honey, kitchen opens at 11:00. Want some breakfast?’ glimlachte ze op die typisch Amerikaanse manier alsof er niks aan de hand was. Maar er was natuurlijk heel veel aan de hand.

Vertalingen

Engelssmile
Franssourire
Duitslächeln
Spaanssonreir
Italiaanssorridere
Portugeessorrir
Turksgülümsemek
Zweedsle
Deenssmile