glaciaal

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aardrijkskunde, geologie (aardrijkskunde) (geologie) koudere fase binnen een ijstijd
  2. aardrijkskunde, geologie (aardrijkskunde) (geologie) betrekking hebbend op de poolstreken, een ijstijd, een glaciaal of op gletsjers

Etymologie

*afgeleid van glace

Vertalingen

Spaansglaciar