gijzeling
vrouwelijk (de)/ɣɛizəˌlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gevangen houden of nemen van iemand ten einde iets af te dwingenDe gijzeling kwam door militair ingrijpen ten einde.
Etymologie
* van gijzelen
Uitdrukkingen
- iemand in gijzeling houden
Vertalingen
Engelshostage taking
DuitsBeugehaft, Geiselhaft, Geiselnahme
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek