gijzelen
/'ɣɛɪzələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iemand gevangen nemen om daarmee een losprijs te bedingenIn Drenthe gijzelden zij de passagiers van een trein om politieke concessies af te dwingen.
Etymologie
*Afgeleid van het verouderde gijzel (gijzelaar)
Vertalingen
Engelstake hostage
Duitsentführen
Deensbortføre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek