gevuldheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het van een vulling voorzien zijnGelukzalig gehoorzaam zo neerliggend drong niets meer tot hem door dan de weldadige gevuldheid van zijn zacht samentrekkende anus.
- het niet mager zijn
Etymologie
* afleiding van gevuld
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek