geut

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een niet al te goed afgemeten hoeveelheid vloeistof, meestal snel geschonken uit een fles of kan
    rode ui saus: pel de uien en snij grof. Stoof de ui glazig in olijfolie op een zacht vuur. Kruid met peper van de molen en zeezout. Mix de gestoofde ui samen met een scheut olie en geut azijn tot een frisse gladde saus. Verdeel deze over de borden.
  2. geul, sloot, sleuf, goot, gietgeut

Etymologie

* afleiding van gieten