geuren

/ˈɣørə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) een aangenaam ruikende lucht verspreiden
    De bloemenzee geurde en de bijen vlogen af en aan.

Etymologie

*: "geur" met de uitgang -en

Uitdrukkingen

  • iets in geuren en kleuren vertelleniets heel enthousiast en uitgebreid vertellen