gelei
mannelijk/vrouwelijk (de)/ʒəˈlɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) ingedikt vleesnat of vruchtensap
- afkorting van geleide
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ingekookt sap’ voor het eerst aangetroffen in 1377
Vertalingen
Spaansgel, gelatina, jalea
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek