gelei

mannelijk/vrouwelijk (de)/ʒəˈlɛi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) ingedikt vleesnat of vruchtensap
  2. afkorting van geleide

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ingekookt sap’ voor het eerst aangetroffen in 1377

Vertalingen

Spaansgel, gelatina, jalea