gelebek
mannelijk (de)/ˈɣeləˌbɛk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bepaald soortgrijze vinkachtige, , die voorkomt in SurinameVaak worden zo rowties of gelebeks gevangen.
Etymologie
*, vanwege de brede gele snavel van het mannetje
Vertalingen
Engelsslate-colored seedeater
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek