gelebek

mannelijk (de)/ˈɣeləˌbɛk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bepaald soortgrijze vinkachtige, , die voorkomt in Suriname
    Vaak worden zo rowties of gelebeks gevangen.

Etymologie

*, vanwege de brede gele snavel van het mannetje

Vertalingen

Engelsslate-colored seedeater