gelegenheidskleding

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding voor een speciale gebeurtenis
    'Zeg, dat stuk in Onze Taal gelezen over de nieuwe woorden van 1999?'"Van Ton den Boom en Annelies Kooijman? Ja zeker. En dat stuk in NRC, van Ewoud Sanders?"'Uiteraard.'"Mijn favoriet is de gelegenheidshooligan. Prachtig woord, vind je niet?"'Schitterend.'"De gelegenheidshooligan heeft geen eigen pitbullsmoking (trainingspak), die húúrt er een. Bij zo'n verhuurbedrijf voor gelegenheidskleding."Volkskrant Jan Kuitenbrouwer 20 januari 2000

Vertalingen

Engelsdress suit