geleedpotige

mannelijk (de)/ɣəletˈpotəɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) een dier met een uitwendig skelet van chitine, eventueel versterkt met calciumcarbonaat, waarvan de poten een aantal gewrichten hebben
    Geleedpotigen komen in alle leefomgevingen voor.

Etymologie

*Afgeleid van geleedpotig

Vertalingen

Engelsarthropod
Fransarthropode
DuitsGliederfüßer
Spaansartrópodo