geldkas

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈxɛltkɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. afsluitbare ruimte waar men veilig geld of andere waarde papieren kan bewaren
    Vermoedelijk tijdens de nacht van woensdag op donderdag werd ingebroken in het jeugdhuis Akira in Turnhout. De daders geraakten binnen via een openstaand raam. De geldkas werd gestolen. De Standaard 13 DECEMBER 2008 [http://www.standaard.be/cnt/662404hq_7 Jeugdhuis]
  2. al het geld dat men bezit
    De Belastingdienst komt ondernemers in de geplaagde tuinbouwsector nu tegemoet, zo meldt persbureau Novum. Voorlopige belastingaanslagen kunnen op verzoek worden verlaagd. De fiscus belooft verder teruggaven versneld te behandelen. Tot slot biedt de belastingdienst aan uitstel van betaling te verlenen of een betalingsregeling te treffen indien dat nodig is. Met deze regelingen kunnen ondernemers de ruimte in hun geldkas tijdelijk vergroten. NRC Jules Seegers 11 juli 2011 [https://www.nrc.nl/nieuws/2011/07/11/belastingdienst-komt-door-ehec-crisis-getroffen-telers-tegemoet-a1455187 Belastingdienst komt door EHEC-crisis getroffen telers tegemoet]