gehamer

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voortdurend slaan met een hamer op iets
  2. voortdurend de aandacht vragen voor iets; voortdurend de nadruk leggen op iets
    Zo meldde presentator Art Rooijakkers dat kandidaten Taeke Taekema en Airen Mylene een setje waren geworden en kon iedereen nog een keer lachen om Cécile Narinx' afkeuring van de waterschoenen in 'die afschuwelijk piskleur'en het gehamer op etherdiscipline van Ellie Lust. Het Parool VINCENT SMITS 6 MAART 2016 [https://www.parool.nl/kunst-en-media/widm-blog-kijkers-zijn-in-tegenstelling-tot-mollen-niet-blind~a4257767/ WIDM-blog: Kijkers zijn, in tegenstelling tot Mollen, niet blind ]
    Het heeft niet mogen baten. Sterker nog, het rapport van Standard & Poor's laat zich lezen als een regelrechte aanklacht tegen het domme, starre, kortzichtige gehamer op begrotingsdiscipline-ongeacht-de-kosten van Rutte 1 en 2 en de landverraders in de oppositie die Rutte daarin hebben gesteund.Het Parool EWALD ENGELEN 30 NOVEMBER 2013 [https://www.parool.nl/opinie/nederland-verliest-zijn-toprating-dankzij-rutte~a3554265/ Nederland verliest zijn toprating dankzij Rutte]

Etymologie

* hameren

Vertalingen

Engelshammering