geflikker

onzijdig (het)/ɣəˈflɪkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voortdurend veranderen van de lichtsterkte (van een kaars)
    Dankzij een leeggewicht van minder dan 900 kg rijdt de Ignis verrassend pittig. Hij heeft een kleine draaicirkel en toont zich wendbaar in het stadsverkeer. Om tempo te houden moet regelmatig worden teruggeschakeld. Een verbruik van 5,5 liter is reëel. De rijhulpsystemen zijn soms overactief, vooral de alarmwaarschuwing wanneer je te snel een ander voertuig nadert. Dat gaat gepaard met veel geluid en geflikker op het dashboard. De Standaard 16 DECEMBER 2017 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20171214_03242670 Dwerg in SUV-land]
    JCDecaux heeft geen enkel belang bij hinderlijke geflikker of negatieve reacties van Amsterdammers, zegt Majoor. Het Parool 19 DECEMBER 2016 [https://www.parool.nl/amsterdam/groenlinks-videoreclames-in-de-stad-moeten-verboden-worden~a4437091/ GroenLinks: videoreclames in de stad moeten verboden worden]

Etymologie

* afleiding van flikkeren

Vertalingen

Engelsglittering, sparkle, flicker