flikkering
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- levendige, glinsterende terugkaatsing van lichtFrode keek me strak aan. Groene ogen met een blauwe flikkering. Blonde wenkbrauwen. Een patroon van vlekjes op zijn neus en wangen, dat ik nu pas goed zag.
Etymologie
* van flikkeren
Vertalingen
Engelsflash, scintillation, flickering
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek