geep
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣep/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) smalle ranke soort zeevis met afgeplat lichaam en een lange snavelvormige bek,
Etymologie
* In de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1567
Vertalingen
EngelsGarfish
Fransorphie
DuitsHornhecht
Spaansaguja
Deenshornfisk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek