gangster
mannelijk (de)/ ˈgɛŋstər /
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een lid van een criminele organisatieDe gangsters sloegen genadeloos toe.
- (scheldwoord) iemand die niet deugt
- (taalkunde) de vrouwelijke vorm van 'ganger' als tweede lid in samenstellingen van zelfstandige naamwoorden, zoals in dubbelgangster of voetgangster
Etymologie
*Ontleend aan het Engelse zelfstandige naamwoord "gangster"
Vertalingen
DuitsGangster
Spaansgángster
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek