gangster

mannelijk (de)/ ˈgɛŋstər /

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een lid van een criminele organisatie
    De gangsters sloegen genadeloos toe.
  2. scheldwoord (scheldwoord) iemand die niet deugt
  3. taalkunde (taalkunde) de vrouwelijke vorm van 'ganger' als tweede lid in samenstellingen van zelfstandige naamwoorden, zoals in dubbelgangster of voetgangster

Etymologie

*Ontleend aan het Engelse zelfstandige naamwoord "gangster"

Vertalingen

DuitsGangster
Spaansgángster