gangmaakster
vrouwelijk (de)/ˈɣɑŋmakstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die een feest op gang helpt
- vrouw die het tempo aangeeft gedurende het begin van een snelheidswedstrijd
Etymologie
* van gangmaken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* van gangmaken