gamba

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣɑmba/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) knieviool
  2. voeding, kreeftachtigen (voeding) (kreeftachtigen) grote garnaal

Etymologie

*[2] Leenwoord van "gamba" of "gamba", in de betekenis van ‘soort van grote garnaal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984

Vertalingen

Spaansgamba