futen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- orde van watervogels van meren en plassen bestaand uit maar één familie, , met 23 soorten, waarvan er drie zijn uitgestorven. In Europa is de gewone fuut () de bekendste vertegenwoordiger
Etymologie
* "fuut" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek