funk
mannelijk (de)/fʏŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) uit rhythm-and-blues voortgekomen dansmuziekgenre, m.n. gekenmerkt door staccato samenspel tussen percussie, baslijnen, slaggitaren en blaasinstrumenten en het benadrukken van de eerste noot van de maat door de ritmesectieDaar kwam hij in aanraking met zwarte jongens die net als hij gek op muziek waren. Veel verschillende soorten muziek stonden voor hem naast elkaar: funk, soul, jazz, rock, pop, klassieke muziek, blues en calypso, die hij thuis hoorde, en Surinaamse en Zuid-Amerikaanse muziek die zijn ooms in Suriname speelden.
Etymologie
*van "funk"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek