fruitteelt

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tuinbouw (tuinbouw) de tak van tuinbouw die zich bezighoudt met het telen van fruit
    De Betuwe is bekend om haar fruitteelt.

Vertalingen

Fransfruiticulture, fruticulture
DuitsObstbau
Spaansfruticultura