fractuur

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) een botbreuk

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘breuk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1560

Vertalingen

Engelsfracture
Fransfracture
DuitsFraktur
Spaansfractura