fractal

mannelijk (de)/ˈfrɛktəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. patroon dat bij steeds verdere vergroting altijd weer opgebouwd blijkt uit varianten van zichzelf
  2. wiskunde (wiskunde) wiskundige figuur waarvan de maat bij schaalverandering verandert met een niet-gehele macht van de schaal
    De zeef van Sierpiński is een bekende fractal.
    Er waren toen overigens zelfs al geometrische vormen met een dergelijke eigenschap bekend, zg. fractals, krommen waarvan ieder willekeurig deel afzonderlijk een afbeelding is van ieder ander deel.

Etymologie

* van "fractal", in de betekenis van ‘bepaalde meetkundige figuur’ aangetroffen vanaf 1981 (zie vindplaats hieronder)

Vertalingen

Engelsfractal