fortuin

onzijdig (het)/fɔrˈtœyn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het goede geluk
    Hij besloot zijn fortuin te zoeken in een casino, maar die droom was van korte duur.
    Deze oogst zou ons enige fortuin in vele jaren kunnen zijn.
  2. een grote hoeveelheid geld
    Ze hebben er fortuinen aan verspild.
    Het enige wat ze me heeft nagelaten en dat is dan een fortuin waard.
    Het enige wat ze me heeft nagelaten en dat is dan een fortuin waard.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘lot, geluk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1557

Uitdrukkingen

  • fortuin makenbezit verwerven