Fort

onzijdig (het)/fɔrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) bouwwerk om de eigen positie te versterken
    De strijders hadden zich verschanst in een fort.
  2. figuurlijk (figuurlijk) sterke kant, sterk punt, sterke zijde (meestal in ontkennende zin)
    Dat is mijn fort niet.
  3. wonen (wonen) groot woonhuis voor meerdere gezinnen tegelijk, vaak begonnen als eengezinswoning

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vestingwerk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1577