flatscreentelevisie

vrouwelijk (de)/ˈflɛtskriːnˌteləˌvizi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een televisie met een plat (LCD- of plasma)scherm
    In Molenschot (Noord-Brabant) is een invalide inbreker aangehouden toen hij er met een flatscreentelevisie vandoor ging. De man werd betrapt toen hij in zijn scootmobiel wegreed bij het huis waar hij had ingebroken.
    Voorbeelden van mogelijke Caraïbische woorden zijn: bolita, dushi, faderen, gasbom, kets, pika, suikerdiefje, choller en makamba. Er staan ook nieuwe woorden in het nieuwe Groene Boekje: euro-islam, fair trade, flatscreentelevisie, mindmapping, op-en-afrelatie, tobintaks, veggiedag en wij-zij-denken.