fitnessclub
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈfɪtnəsˌklʏp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- organisatie waarvan de leden binnenshuis kunnen sporten op fitnesstoestellenEen paar dagen later werd ik gearresteerd op de fitnessclub.Op dit moment telt Basic-Fit 351 sportscholen, verspreid over Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk en Spanje. Eind maart had de fitnessclub meer dan een miljoen klanten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek