fitness
mannelijk (de)/ˈfɪtnəs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) conditie- of krachttraining, meestal in een sportzaalIk doe iedere vrijdag aan fitness.
Etymologie
*van het Engels
Vertalingen
Engelsfitness
Fransfitness
DuitsFitness
Spaansfitness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek