filippica
vrouwelijk (de)/fiˈlɪpika/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- felle rede om iets of iemand te bestrijden"Eerder heb ik vaak wat vermoeid geknikt bij Kees’ terugkerende filippica's tegen de uitwassen van het kapitalisme en de aasgieren bij de banken."Halsema, F. (2017). Pluche. Hs. 13.
Etymologie
*van Latijn "philippica", (eponiem) dat verwijst naar de Macedonische koning die in de 4e eeuw v.C. fel werd bestreden in een aantal beroemde toespraken van de beroemde Atheense redenaar ; in de betekenis van ‘agressieve redevoering’ aangetroffen vanaf 1838
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek