tirade

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. felle woordenstroom
    De politicus hield een tirade over het onrecht dat zijn kiezers werd aangedaan.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘omhaal van woorden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1844