fietstechniek

vrouwelijk (de)/ˈfitstɛxˌnik/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het geheel aan kennis, ervaring en reflexen dat nodig is om goed te kunnen fietsen
    Na een dag oefenen op de fiets is haar fietstechniek enorm vooruit gegaan.
  2. tak van de techniek die zich bezig houdt met het ontwikkelen en onderhouden van fietsen
    De fietstechniek richt zich steeds meer op de ontwikkeling van elektrische fietsen.

Vertalingen

Engelscycling technique