fietssnelweg
mannelijk (de)/ˈfitsnɛlwɛx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een fietspad dat een voorrangsroute vormt voor langeafstandsfietsersZij rijdt elke dag over de fietssnelweg naar haar werk.
Vertalingen
Franscyclostrade
DuitsRadschnellweg
Italiaanssuperstrada ciclabile
Zweedssupercykelväg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek