fietser

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) iemand die met een fiets rijdt
    Fietsers lopen groot gevaar als ze in de "dode hoek" van een vrachtwagen fietsen.

Etymologie

*afgeleid van fietsen

Vertalingen

Engelscyclist
Franscycliste
DuitsRadfahrer
Italiaansciclista
Zweedscyklist