fietser
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) iemand die met een fiets rijdtFietsers lopen groot gevaar als ze in de "dode hoek" van een vrachtwagen fietsen.
Etymologie
*afgeleid van fietsen
Vertalingen
Engelscyclist
Franscycliste
DuitsRadfahrer
Italiaansciclista
Zweedscyklist
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek