fanatiekeling
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die te enthousiast voor iets isDrie keer scoorde Cristiano Ronaldo, de alleskunner uit Portugal, de bijna bezeten fanatiekeling, het fenomeen, de man die niets liever wil dan de beste zijn in het beroep waarvoor hij alles doet en laat: profvoetballer zijn. Zijn kunstwerk: een intikker, een kopbal, een vrije trap. Ronaldo mocht zich gelukkig prijzen met erbarmelijk verdedigen van Wolfsburg, maar al die doelpunten zijn toch vooral het gevolg van zijn eigen verdiensten, zijn nooit aflatende werklust, zijn gecultiveerde talent. Volkskrant Willem Vissers 12 april 2016
Etymologie
* afgeleid van fanatiek
Vertalingen
Engelsmaniak
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek