fakir
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- soefistische en soms ook hindoeïstische asceet die vooral voorkomt in India
- wondermensen die vaak optreden als goochelaarPremanands eigen trucs maken hem populair bij kinderen.... Maar al is hij nog zo geliefd bij kinderen, met deze tovenarij heeft Premanand onder volwassenen voornamelijk vijanden gemaakt. Hij is namelijk géén Indiase fakir die beschikt over onverklaarbare krachten, maar een goeroevanger die probeert aan te tonen dat wonderen niet bestaan. 'Het ziet er allemaal indrukwekkend uit', zegt hij lachend. 'Maar het zijn trucjes, geen magie.'Al meer dan vijftig jaar reist Premanand rond om valse goeroes te ontmaskeren en dorpelingen te vertellen dat ze belazerd worden. Deze zijn bereid hun laatste cent aan 'een godman' te geven die bijvoorbeeld belooft hun geestelijk gestoorde, pardon, van de duivel bezeten kind, te genezen. VVolkskrant Sacha Kester 29 augustus 2003
- in de Islam, iemand die geen inkomen of bezittingen heeft, in aanmerking voor het ontvangen van een deel van de zakat.
Etymologie
* uit het Arabisch
Vertalingen
Engelsfaqir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek