yogi
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een beoefenaar van de yogaDie yogi doet zijn yogaoefeningen iedere ochtend om zeven uur.
Etymologie
* Leenwoord uit het Hindi, in de betekenis van ‘beoefenaar van yoga’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1596
Vertalingen
Engelsyogi
Fransyogi
DuitsYogi
Spaansyogui
Italiaansyoghi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek