faceliften
/ˈfeslɪftə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) door kosmetische chirurgie ontdoen van rimpels en vetweefsel in het gelaatVergelijk het met een huisvriend die zich plotseling heeft laten faceliften.
- (ov) (figuurlijk) van een vernieuwd uiterlijk voorzienTerwijl menigeen verwacht dat Alfa de 166 zal faceliften met wat grotere koplampen is dat niet het geval.
Etymologie
*van "facelift"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek