ervaring

vrouwelijk (de)/ɛrˈvarɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vorm van kennis; iets door ondervinding geleerd hebben
    Ik heb heel veel ervaring met autorijden en ik kan het dus ook heel goed.
    Het idee om een lange tijd alleen door te brengen trok mij enorm aan, maar vond ik tegelijkertijd doodeng omdat ik geen ervaring had met langdurig alleen zijn. Ik heb nooit alleen gewoond, ik ben altijd met anderen op pad en ik ga met mijn gezin op vakantie of met vrienden een weekendje weg.
  2. kennis hebben van de gebruikelijke gang van zaken
    Mijn ervaring met het beloop van deze ziekte is eigenlijk maar heel beperkt.
  3. een reflectie uit observatie en betrokkenheid bij bepaalde processen of toestanden
    Deze fout is een waardevolle ervaring geweest waarvan ik veel geleerd heb.
    Ik vond het verbijsterend om te horen hoeveel indruk de trail destijds op deze man had gemaakt. Zou ik over 35 jaar ook nog zo gegrepen zijn door deze ervaring?
    Tevreden had ik bedacht dat ik deze ervaring weer mooi aan mijn Stanislavski-toolbox met emotional memories kon toevoegen.

Etymologie

* van ervaren .

Uitdrukkingen

  • ervaring opdoen
  • Ervaring is de beste leermeestervan datgene dat je zelf hebt meegemaakt leer je het meeste

Vertalingen

Engelsexperience
Fransexpérience
DuitsErfahrung, Erlebnis
Spaansexperiencia
Italiaansesperienza
Portugeesexperiência
Russischопыт
Koreaans경험
Arabischخبرة
Turkstecrübe, deneyim
Poolsdoświadczenie
Zweedserfarenhet
Deenserfaring