emeritaat
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de toestand van een persoon die zijn functie als hoogleraar of predikant, na goede vervulling, heeft neergelegdEnigszins beduusd ervan is Louis Schoonhoven (84) wel, na afloop van de Vroege Vogels-uitzending, zondagochtend. Hij heeft zojuist, vele jaren nadat hij met emeritaat is gegaan als hoogleraar entomologie aan de - toen nog - Landbouwuniversiteit Wageningen, de Jan Wolkers Prijs 2015 gekregen, de prijs voor het beste natuurboek. Zijn boek Niet zonder elkaar - bloemen en insecten heeft opeens een breed publiek bereikt en daar was hij als wetenschapper toch niet zo aan gewend, zegt hij.Volkskrant Caspar Janssen 18 oktober
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek