pensioen
onzijdig (het)/pɛnˈʃun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) loon uitgesteld tot de tijd dat iemand niet langer actief is op de arbeidsmarktOnder de leiding van Martin Winterkorn raakte het Volkswagenconcern in een diepe crisis, maar Winterkorn geniet nu van zijn pensioen van 3100 euro PER DAG [http://www.rtlz.nl/business/carriere/oud-topman-van-dieselgate-vw-geniet-pensioen-van-3100-euro-per-dag www.rtlz.nl]Ik vroeg of hij inmiddels van zijn welverdiende pensioen genoot.Natuurlijk had ik ook tot mijn pensioen kunnen wachten, maar ik wilde het nu.
Etymologie
*Van het Franse pension, van het Latijnse pensio (betaling, rente)
Vertalingen
Engelspension
Franspensiono
DuitsPension
Spaanspensión, jubilación, pensión de jubilación
Poolsemerytura
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek