elpen

onzijdig (het)/ˈɛlpə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. materiaalkunde, verouderd (materiaalkunde) (verouderd) glanzend wit tandbeen van olifanten
    Jupyn leunt op den staf van elpen, als beschermer, (…)

Etymologie

#(figuurlijk) wit of bleek als ivoor