echelon
mannelijk (de)/ˌɛʃəˈlɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) militaire formatie waarbij de verschillende onderdelen evenwijdig maar niet op één lijn zijn opgesteld
- (medisch) niveau in een gezondheidssysteem
- (bedrijfskunde) niveau in een hiërarchische organisatie- Bo, die begin vorig jaar nog kans maakte tot het hoogste echelon van leiders door te dringen, zal vermoedelijk komende maand in de provinciestad Jinan terechtstaan voor corruptie en machtsmisbruik. Maar de omvang van zijn zelfverrijking haalt het niet bij het eerder genoemde vermogen van een miljard renminbi (123 miljoen euro) - de aanklagers houden het op 25 miljoen renminbi (iets meer dan 3 miljoen euro). Ook is het eerdere verwijt van 'ongepaste relaties met diverse vrouwen' niet meer in de aanklacht terug te vinden. NRC Fokke Obbema 26 juli 2013,
Etymologie
*van "échelon", in de betekenis van ‘bevelsniveau’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Vertalingen
Engelslevel
Franséchelon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek