duurzaamheid
vrouwelijk (de)/ˈdyrzamˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vermogen lang mee te gaanDe duurzaamheid van dit materiaal is spreekwoordelijk.Maandenlang had ik alle specificaties van tenten bestudeerd: gewicht, ruimte, kosten, duurzaamheid, dubbelwandig, enkelwandig, vrijstaand, camouflagemotief, cuben fiber en nylon.
- (milieukunde) het vermogen niet tot uitputting of vervuiling te voerenDe duurzaamheid van zonne-energie is een aantrekkelijke zaak.
Etymologie
*afgeleid van duurzaam
Vertalingen
Engelssustainability
Fransdurabilité
DuitsNachhaltigkeit
Spaansestabilidad, sostenibilidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek