duperen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) de dupe doen worden, de sigaar doen zijn, iemand nadeel bezorgen
    De bankier had er geen moeite mee zijn klanten te duperen.

Etymologie

*afgeleid van het Franse duper (bedriegen, erin laten lopen [https://fr.wiktionary.org/wiki/duper ]) ()

Vertalingen

Engelsharm, hurt, injure
Fransduper