dupe

mannelijk (de)/ˈdypə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. benadeelde door andermans opzet of nalaten
    Desnoods de dupe worden, ja honderdmaal liever de dupe worden dan onrecht doen.
  2. slachtoffer
    Circa 21 miljoen Pakistanen werden de dupe van overstromingen.

Etymologie

*uit Middelnederlands "dupe" sukkel, bedrogene