dulden
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) bereid zijn iets ongestraft te latenHij duldde niet langer dat ze hem nadeden en werd daarom kwaad.Tegen de tijd dat ik hem ontmoette, was hij een despoot die met ijzeren vuist regeerde en geen enkele ongehoorzaamheid van zijn minderen duldde.
Etymologie
* In de betekenis van ‘verdragen, toelaten’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Vertalingen
Engelsendure, bear
Franssupporter
Duitsdulden, ertragen
Spaanssoportar, sufrir, conllevar
Portugeessuportar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek