velen

/ˈvelə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) tolereren, verdragen, dulden
    Ik kan dat niet velen.
    Afwijkend gedrag werd niet geveeld.
telwoord
  1. zelfstandig gebruikt onbepaald hoofdtelwoord voor personen
    Velen zouden dat nooit doen.
    U mag zich in uw belangrijke werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.
    Velen van ons zijn slaaf van onze schulden geworden en ik was hierop geen uitzondering.

Etymologie

*(erfwoord), mogelijk van dezelfde stam als bevelen

Vertalingen

Engelsabide, bear, endure
Franssupporter, endurer
Duitsertragen, dulden
Spaanspadecer, sufrir, tolerar